Wintersportdekking op uw reisverzekering afsluiten?

WintersportdekkingHet is weer de periode van de wintersport. Heerlijk genieten van de witte bergen en de apres-ski. Maar bent u wel goed verzekerd? Heeft u ook wintersportdekking op uw reisverzekering?

Wintersportdekking standaard verzekerd?

Het is niet standaard dat een reisverzekering een wintersportdekking heeft. Een dekking voor wintersport is vaak een aanvullende dekking die u nog apart moet afsluiten voordat u op wintersport gaat. Wintersport brengt extra risico’s met zich mee en de meeste verzekeraars willen dit dan ook niet standaard verzekeren.

Controleer daarom in uw polisvoorwaarden of u dekking heeft. Let daarnaast ook op welke dekking uw zorgverzekering u geeft. Het is dus verstandig om de polis van uw reis- en zorgverzekering naast elkaar te houden. Hulp nodig hierbij? Wij kunnen gemakkelijk voor u controleren of uw polissen elkaar overlappen. Bel ons en wij leggen het u uit.

Wat is er gedekt?

Globaal dekt de wintersportdekking schade die u overkomt tijdens uw wintersport. Dit kunnen natuurlijk kleine schadegebeurtenissen zijn, maar stel dat u onverhoopt gewond raakt – dan kunnen de kosten voor de ‘reddingsactie’ vrij hoog zijn. Een reisverzekering met wintersportdekking zorgt ervoor dat u zich daar geen zorgen over hoeft te maken. Zo kunt u veilig op wintersport. Er zijn ook een aantal zaken niet gedekt onder een wintersportdekking. Zo is schade aan skistokken en/of -bindingen niet gedekt onder een wintersportverzekering. Daarnaast bent u niet verzekerd voor schade die is ontstaan tijdens ijshockey, skispringen of speedskiën.

Wilt u een reisverzekering met wintersportdekking afsluiten? Neem contact met ons op als u een wintersportverzekering wilt afsluiten.

Preventieve maatregelen voor financiële scheiding

financiele scheidingGoede afspraken maken met je partner over jullie financiën, is net zoiets als verzekeringen afsluiten. Het zijn preventieve maatregelen die je neemt, waarop je nooit aanspraak hoopt te maken.

Is het onromantisch om dit te doen terwijl je  gelooft dat de liefde voor eeuwig is? Misschien wel, maar het is vooral verstandig en het voorkomt latere ellende. Want áls het tot een scheiding komt, zijn de emoties vaak te heftig om nog eerlijke afspraken te kunnen maken.

Dezelfde maatregelen beschermen je partner bij overlijden

Als je bovenstaande redenering toch lastig uit te leggen vindt aan je partner, bekijk het dan vanuit dit perspectief: als een van jullie onverwacht overlijdt, dan kún je geen afspraken meer maken en draait je partner er alleen voor op om alle financiële zaken te regelen. Dezelfde preventiemaatregelen als voor een scheiding, helpen jou of je partner in die situatie.

Één overzicht van alle financiën

Maak één overzicht van jullie financiën in bijvoorbeeld Excel. Alle inkomsten & uitgaven zowel van jullie persoonlijk, als gezamenlijk. Welke lasten en inkomsten delen jullie of kunnen jullie delen? Welke kun je op een naam zetten of gaan al via een gezamenlijke rekening? Zie je onnodige dubbelingen?

Werk dit overzicht minimaal 1x per jaar samen bij, en bekijk het ook bij veranderingen in jullie inkomen of vaste lasten. Dan weet je allebei precies hoe het zit als er onverwachte situaties ontstaan..

Vergeet ook de verborgen spaarpotjes en lasten niet: (partner)pensioen, lijfrenteverzekeringen, studieschulden…

Verschillende huishoudens kiezen trouwens verschillende vormen van geldverdeling. Daarin is niet één keuze de juiste. Je kunt alles op één hoop gooien, of de lusten en lasten verdelen naar ieders draagkracht op basis van zijn/haar salaris. En zo zijn er nog tig varianten mogelijk op basis van wat voor jullie goed voelt. Als je er maar bewust mee bezig bent en samen het plan maakt en onderhoud.

Ken de waarde van je inboedel

CD van jou, cd van mij… maar belangrijker nog, van wie is de cd-speler? Want die is een stuk meer waard, financieel gezien. Of je nu dit jaar gaat samenwonen of al 20 jaar samen bent, weet wat van wie is (ingebracht met eigen geld) of anders wat grote aankopen waard zijn (bij aankoop).

Bewaar bonnen of maak nog een tweede tabblad in het Excel bestand, waarin je registreert wat je inboedel zoals de luxe tv, de leren bank en de kunstverzameling waard zijn. Zet erbij wat het merk/type is en het jaar van aankoop en wie van beiden het heeft gekocht. Dan kun jij of je financieel adviseur je altijd helpen om de waarde te bepalen op moment van echtscheiding.

Overigens is zo’n overzicht en het bewaren van bonnen ook bijzonder nuttig in geval van brand, diefstal of schade aan je spullen. Dus ook hierbij hoef je niet de kriebels te krijgen van het ‘onromantische’ gevoel richting je partner.

Ja maar zó zijn we niet getrouwd!

Gemeenschap van goederen, huwelijkse voorwaarden of NIET getrouwd maar wel een samenleefcontract, geregistreerd partnerschap of alleen een testament. Er zijn vele opties om jullie verbondenheid te registreren, waarvan je hopelijk niet de laatste hebt: helemaal geen officiële documenten. Want dan weet je zeker dat het lastig wordt om te bepalen wat van wie is en hoe de schulden of bezittingen te verdelen als de relatie misloopt.

Stel dat…

Stel nou dat je bij je partner intrekt. Het huis staat op zijn/haar naam en de vaste lasten daarom ook. Jouw financiële inbreng bestaat uit huisdecoratie en de boodschappen en zo heb je een goede financiële verdeling met elkaar afgesproken. Heb jij dan na 10 jaar geen bezittingen en vermogen opgebouwd, alleen maar omdat je niet het geld beheert en de lasten betaalt? Heb je dan recht op een deel van (de waarde van) het huis?

Ja, dat heb je. Als jij die boodschappen niet had betaald, had je partner de vaste lasten niet kunnen betalen of kunnen sparen voor de nieuwe, samen uitgekozen, keuken en de meubels. Dat is nog altijd dankzij jullie gezamenlijke inkomsten gerealiseerd. Alleen is daar geen schriftelijk bewijs van en dat gaat bij een scheiding getouwtrek en ‘gedoe’ opleveren.

Ga daarom altijd naar een notaris als je gaat samenwonen, trouwen, kinderen krijgt of een huis koopt en leg zulke zaken en de verdeling die jullie eerlijk vinden als er iets zou gebeuren, goed vast. Je financieel planner of de notaris kan hierover meerekenen en advies geven.

Bij de notaris

Bij de notaris kun je bepaalde (financiële) afspraken vastleggen. Zoals:

  1. Wat er wordt verstaan onder ‘inkomen’ en wat er wordt verstaan het begrip ‘inboedel’.
  2. Zo kun je ook afspreken dat de kosten van de gemeenschappelijke huishouding naar evenredigheid van inkomen moet worden verdeeld. Spreek je dit af dan zal de persoon die het meest verdient ook het meeste bijdragen.
  3. Je kunt bepalen dat premies voor eventuele levensverzekeringen niet vallen onder het begrip kosten van de gemeenschappelijke huishouding. Deze bepaling heeft een fiscale achtergrond en zorgt er – in combinatie met een juist opgestelde polis en onder enkele andere voorwaarden – voor dat een uitkering van een levensverzekering bij overlijden niet belast wordt met erfbelasting.
  4. Je kunt ook vastleggen dat als een van jullie vermogen van de ander gebruikt, dit gezien wordt als een lening. De ander kan deze (renteloze) lening te allen tijde weer opeisen, tenzij jullie anders afspreken.
  5. Afspraken over de inboedel. Als je niks hebt gespecificeerd dan worden de inboedelgoederen gezien als iets van jullie samen. Hebben jullie dit wel dan is het mogelijk om een gespecificeerde lijst toe te voegen aan de akte waar jullie de afspraken in vastleggen
  6. Als je geen van beiden kunt bewijzen dat je eigenaar bent van een bepaald goed, word je geacht samen eigenaar te zijn.
  7. Afspraken over de (betaal)rekeningen.de en/of rekeningen zijn ook van jullie samen, ieder voor de helft.
  8. Afspraken over wat er moet gebeuren met de gemeenschappelijk bezittingen als een van jullie overlijdt.
  9. Specifieke afspraken over de (koop)woning waar jullie in wonen. Hieronder kun je hier mee over lezen.

Huizenwinst en hypotheekschuld

Wanneer je samen een huis hebt, of vastlegt in een contract dat het huis van jullie beiden is, dan geldt bij scheiding dat zowel een eventuele restschuld (onderwaarde op de woning) als winst (overwaarde woning) voor jullie beider rekening is. De vertrekkende partner en degene die in het huis blijft, moeten met elkaar die rekening vereffenen. Dat kan heel gecompliceerd zijn, je moet weten wat je allebei hebt ingebracht, wat de huidige waarde is, of het haalbaar is voor een van beide partners om de maandlasten van het huis alleen te betalen en meer.

Om dit uitzoekwerk te vergemakkelijken, kun je in een samenleefcontract of huwelijkse voorwaarden bijvoorbeeld afspreken dat je alle overwaarde of onderwaarde van de woning 50/50 deelt, of op basis van jullie salarissen een percentage ‘bezit’ afspreken. Je kunt ook vastleggen wie het huis (tijdelijk) mag ‘houden’ bij scheiding. Dan is er in ieder geval een heldere afspraak over de verdeling en blijft alleen de vraag over het verrekenen van de schuld en de betaalbaarheid van het huis over.

Een verzekering voor liefde

Dit is een greep uit de belangrijkste manieren waarop je financiën zo kunt regelen, dat als de liefde niet voor eeuwig blijkt te zijn, je minder ruzie hoeft te maken en beide partners een eerlijke verdeling van bezit en vermogen krijgen. En duurt de liefde wél tot aan de dood, dan weet je dat de achterblijvende partner een stuk minder zorgen heeft over de financiële afhandeling.

Er zijn nog genoeg andere zaken te bedenken en te regelen, maar zolang jullie samen naar het overzicht van alle inkomende en uitgaande financiën blijven kijken, komen die vaak vanzelf ter sprake. Ze zeggen niet voor niets dat communicatie de sleutel van een goede relatie is.

Een verzekering voor liefde, wie wil dat nou niet?

Zorgverzekering 2017; Houd deze data in de gaten

Zorgverzekering 2017

Gaat u dit jaar overstappen van zorgverzekering? Dan wilt u weten wanneer de zorgpremie bekend wordt gemaakt en wanneer u moet opzeggen en overstappen. Wij hebben voor u de belangrijkste data op een rijtje gezet.

Bekendmaking zorgpremie 2017

Medio november wordt de premie van de nieuwe zorgverzekering (basisverzekering en aanvullende zorgverzekeringen) bekendgemaakt door de zorgverzekeraars.

Opzeggen zorgverzekering 2016

U heeft tot en met 31 december 2016 de tijd om de zorgverzekering die u nu heeft op te zeggen. Kiest u voor 1 januari 2017 gelijk al een nieuwe zorgverzekering, dan gebeurt het opzeggen van de oude zorgverzekering automatisch.

Wijzigen eigen risico zorgverzekering 2017

U kunt ook besluiten om te kiezen voor een ander (vrijwillig) eigen risico. Uw (vrijwillig)eigen risico kunt u tot en met 31 december 2016 wijzigen. Hoe hoger uw vrijwillig eigen risico, hoe lager de zorgpremie van uw basisverzekering.

Overstappen van zorgverzekeraar

Heeft u uw zorgverzekering van 2016 vóór 1 januari 2017 opgezegd? Dan heeft u tot 1 februari 2017 de tijd om een nieuwe zorgverzekering af te sluiten.

Als ZZP’er een hypotheek regelen, hoe werkt dat?

ZZP HypotheekIn 2016 telde Nederland bijna 930.000 ZZP’ers. Een recordaantal ten opzichte van voorgaande jaren. Een ZZP hypotheek regelen moet dan ook prima te doen zijn, zou u denken.

Toch staan niet alle geldverstrekkers te springen om een volledige hypotheek te verlenen aan ZZP’ers. Een zelfstandig inkomen wordt toch gezien als een kans op een fluctuerend inkomen en daardoor voor de bank een mogelijk risico op betalingsproblemen. Er is dus een aantal extra regels. Lees hieronder welke dat zijn.

Hoe bereken ik mijn inkomen voor een ZZP hypotheek?

Het belangrijkste wat er moet gebeuren voordat een hypotheek kan worden aangegaan, is het bepalen van uw ZZP jaarinkomen. Hiervoor neemt de bank het gemiddelde bedrijfsresultaat van de afgelopen 3 jaar. Met als maximum het bedrijfsresultaat van het laatste jaar.

Rekenvoorbeeld 1:

Stel u bent in 2013 gestart met uw onderneming en u wilt in 2016 een hypotheek afsluiten. Uw inkomen wordt als volgt bepaald:

Bedrijfsresultaat 2013 = € 16.000
Bedrijfsresultaat 2014 = € 24.000
Bedrijfsresultaat 2015 = € 26.000
Prognose 2016 = € 29.000

De bank neemt het gemiddelde over de afgelopen 3 volledige boekjaren, dus
16.000 + 24.000 + 26.000 / 3 = € 22.000

Rekenvoorbeeld 2:

Stel u bent in 2012 met uw bedrijf begonnen en u wilt in 2016 een hypotheek afsluiten. U heeft door de crisis in 2015 een minder jaar gehad. Uw inkomen wordt als volgt bepaald:

Bedrijfsresultaat 2013 = € 24.000
Bedrijfsresultaat 2014 = € 26.000
Bedrijfsresultaat 2015 = € 19.000
Prognose 2016 = € 22.000

De bank neemt het gemiddelde over de afgelopen 3 volledige boekjaren, maar met een maximum van het laatste jaar. Dus we nemen het gemiddelde van
24.000 + 26.000 + 19.000  / 3 = € 23.000, en zien dat dit hoger ligt dan het bedrijfsresultaat van het laatste jaar.

We mogen in dit geval maximaal € 19.000 meenemen als uw inkomen voor de hypotheek.

Welke stukken moet ik aanleveren?

Wilt u als ZZP’er een hypotheek afsluiten, dan zult u er rekening mee moeten houden dat de bank u om veel gegevens gaat vragen. We zetten voor u op een rij welke gegevens van uw bedrijf u in ieder geval bij de hand moet hebben (naast de overige stukken die nodig zijn voor een hypotheek):

  1. Recent bewijs van inschrijving KvK
  2. Jaarcijfers over de afgelopen 3 jaar
  3. Aangifte IB over de afgelopen 3 jaar
  4. Aanslag IB over de afgelopen 3 jaar
  5. Prognose van het verwachte resultaat het lopende jaar

Als u deze stukken kunt aanleveren, kunnen we uw inkomen bepalen die gebruikt kan worden voor de hypotheek. Het kan voorkomen dat u nog geen 3 volledige jaarcijfers hebt, hoe gaat het dan?

Ik ben een ZZP’er met minder dan 3 jaarcijfers, is een ZZP hypotheek mogelijk?

Wij kennen wel wegen naar een offerte, ook als u nog geen 3 volledige jaarcijfers hebt. Dan zijn er wel meer voorwaarden, minder geldverstrekkers, en er moet voldoende reden voor de bank zijn om u toch een hypotheek te verstrekken.

ZZP’er en huis kopen

Bent u ZZP’er en wilt u een huis kopen? Dan doet u er goed aan om eerst een afspraak te maken voor een hypotheek. Dan weet u wat uw mogelijkheden zijn en waar u aan toe bent voordat u een bod doet op een huis.

ZZP’er en verzekeringen

Bent u ZZP’er en wilt u naast een hypotheek ook graag meer weten over uw ondernemersverzekeringen zoals een aansprakelijkheidsverzekering ZZP of beroepsaansprakelijkheidsverzekering? Kijk dan eens op onze partner vergelijkingswebsite en sluit direct een aansprakelijkheidsverzekering ZZP af.

Afschaffing pensioen in eigen beheer (DGA)

Het kabinet wil per 2017 af van pensioenopbouw binnen de eigen bv (PEB). De directeur-grootaandeelhouder (dga) zal samen met zijn adviseur een keuze moeten maken hoe hij nu verder zijn oudedagsvoorziening wil vormgeven. De dga heeft in beginsel vier opties.

Optie 1: afkopen met korting

Vanaf 1 januari 2017 heeft de dga de mogelijkheid om het pensioen in eigen beheer ‘af te stempelen’ van de commerciële naar de fiscale waarde en deze daarna met korting af te kopen. De bv moet dan loonbelasting betalen over de fiscale waarde minus een korting. In de laatste brief van de staatssecretaris wordt een korting van 34,5 procent voorgesteld over de fiscale waarde van het pensioen. Om te voorkomen dat een dga nog snel even bij zijn bv (extra) pensioenrechten verwerft, is voorgesteld de balanswaarde per eind 2015 het uitgangspunt te laten zijn voor de afkoop van de fiscale pensioenwaarde. Over het nog eventueel in 2016 opgebouwde pensioen in eigen beheer mag dus geen korting worden gehanteerd.

Ook in 2018 en 2019 mag het pensioen in eigen beheer nog ‘goedkoop’ worden afgekocht. Wel nemen de kortingspercentages elk jaar af. Zo bedraagt bij afkoop in 2018 de korting 25 procent en in 2019 19,5 procent. Ondanks de korting bij afkopen is het wel van belang dat de dga over liquiditeiten beschikt. De dga die nu al of op korte termijn over voldoende middelen beschikt, kan profiteren van de hoogste korting op de verschuldigde loonheffing.

Praktijkvoorbeeld

Stel, de dga heeft een fiscale pensioenvoorziening van 350.000 euro en hij koopt zijn pensioen af in 2017, dan moet hij over 229.250 euro maximaal 52 procent belasting betalen. Per saldo draagt hij 119.210 euro af aan de fiscus. Het restant van 230.790 euro ontvangt de dga in privé (zie kader 1). Hij kan er ook voor kiezen om de voorziening van 350.000 euro in de bv te laten als lening of als kapitaalstorting (agio). Verderop in dit artikel ga ik in op wat te doen met het restantbedrag van ruim 230.000 euro. Door het pensioen in eigen beheer af te kopen is het probleem van de dividendklem in een keer opgelost.

Het bedrag van in dit voorbeeld 119.210 euro aan te betalen loonbelasting moet wel direct worden betaald en daarmee aan het bv-vermogen worden onttrokken. Voor veruit de meeste bv’s geldt dat dit vermogen vastzit in de bedrijfsmiddelen die noodzakelijk zijn voor het runnen van de onderneming. Er zijn dan eenvoudigweg niet voldoende vrije liquide middelen om de belastingschuld te voldoen. In het geval de dga over onvoldoende liquiditeiten beschikt, kan hij wellicht bij de bank of bij derden een financiering afsluiten om alsnog het bedrag aan loonheffing te voldoen per 2017. Dit zal echter lang niet voor alle bv’s mogelijk dan wel wenselijk zijn. De afkoop kan ook worden gebruikt om de eventuele rekening-courantschuld van de dga aan zijn vennootschap af te lossen.

Kiest de dga voor afkoop van het pensioen in eigen beheer in 2017, dan levert hem dat 17.290 euro meer op dan wanneer hij het PEB in 2018 afkoopt en 27.300 euro meer dan wanneer hij het in 2019 afkoopt. Anders gezegd: de effectieve belastingdruk bij afkoop neemt toe van 34,1 procent in 2017, naar 39 procent in 2018 tot 41,9 procent in 2019 (zie kader).

2017 2018 2019
Commerciële waarde ultimo 2015 € 750.000 € 750.000 € 750.000
Fiscale waarde ultimo 2015 € 350.000 € 350.000 € 350.000
Fiscale waarde incl. korting € 229.250 € 262.500 € 281.750
Grondslag loonheffing € 229.250 € 262.500 € 281.750
Verschuldigde loonheffing (52%) € 119.210 € 136.500 € 146.510
Terug te ontvangen van fiscus, box 3 € 230.790 € 213.500 € 203.490

kader 1: Voorbeeld berekening korting bij afkoop PEB 2017, 2018 en 2019

Optie 2: omzetten in oudedagssparen

Mocht de dga zijn pensioenvoorziening in eigen beheer niet kunnen of willen afkopen, dan kan hij kiezen voor optie 2: het omvormen van pensioen in eigen beheer tot oudedagssparen in eigen beheer (OSEB). Deze voorziening mag op de balans van de vennootschap blijven staan. In deze variant mogen de pensioenrechten eerst worden afgestempeld naar de fiscale balanswaarde. Vervolgens mag deze waarde zonder loonheffing en vennootschapsbelasting worden omgezet in een oudedagsspaarverplichting.

Voordeel van de omzetting in de spaarvariant is dat het verschil tussen commerciële en fiscale waarde verdwijnt. Hierdoor wordt de dividendklem – het niet kunnen uitkeren van dividend doordat er te weinig kapitaal staat tegenover de commerciële pensioenvoorziening -, waar veel bv’s mee worstelen, opgelost en kan de dga weer dividend uitkeren. Voorts kan de omzetting geheel geruisloos plaatsvinden, zodat geen belastingschuld ontstaat. Daarbij blijft het voor de dga mogelijk om binnen zijn vennootschap gefacilieerd pensioen op te bouwen, zodat de middelen voor de onderneming beschikbaar blijven.

Op deze wijze wordt ook het toekomstige investeringspotentieel van de onderneming niet beperkt. De oudedagsspaarverplichting wordt pas belast als er wordt uitgekeerd. Uiterlijk op AOW-leeftijd moet het opgebouwde kapitaal in twintig jaar (+ de jaren voor de AOW-leeftijd als de uitkering eerder ingaat) in gelijke bedragen worden uitbetaald. Omdat de opbouw onbelast mocht plaatsvinden, worden de uitkeringen progressief belast in box 1.

Op grond van de brief van Wiebes lijkt het erop dat de spaarvariant niet worden toegepast als de pensioenuitkeringen al zijn ingegaan. De staatssecretaris heeft zich trouwens nog niet uitgelaten over de mogelijkheid om – bij gebrek aan voldoende liquiditeiten – deels af te kopen en deels om te zetten in de spaarvariant.

Optie 3 en 4

De dga wordt trouwens niet verplicht om het pensioen in eigen beheer af te kopen of om te zetten in oudedagssparen eigen beheer. Hij kan ook kiezen voor een derde optie, te weten het premievrij voortzetten van het al opgebouwde pensioen in eigen beheer. Verdere opbouw van het pensioen in eigen beheer is dan dus niet mogelijk.  Ook kan de dga mogelijk gedwongen worden om voor deze optie te gaan als zijn partner geen toestemming geeft voor afkoop of omzetting van het pensioen in eigen beheer.

De dga kan er ten vierde ook voor kiezen om de fiscale waarde van de voorziening in zijn geheel onder te brengen bij een externe pensioenverzekeraar. In dat geval moet het gehele bedrag van de fiscale pensioenvoorziening uit de onderneming worden gehaald en worden afgestort bij een verzekeraar. Dit afstorten zal ook gepaard gaan o.b.v. commerciële grondslagen die een verzekeraar hanteert. Hiermee wordt de pensioenverplichting buiten de risicosfeer van de onderneming gebracht. Dit betekent echter wel dat de pensioenverplichting als kapitaal – inclusief de eventuele vervolgpremies – uit het ondernemingsvermogen van de vennootschap verdwijnt en hiermee geen investeringen meer kunnen worden gedaan. Aan de andere kant kan de dga zijn pensioenpot ook niet langer nu al ‘opsouperen’.

Restantvermogen naar box 3

Stel, een dga kan en wil zijn pensioen in eigen beheer afkopen (optie 1). Dit betekent dat hij zijn salaris mogelijk zal moeten verhogen om te voldoen aan de regels van het gebruikelijk loon (zie de kop ‘gebruikelijk loon’). Verder zal hij na afkoop een (flink) bedrag overhouden in box 3. In het eerder gegeven voorbeeld is dit een bedrag van zo’n 230.000 euro. Dit bedrag is nu weliswaar uit de fiscale greep van box 1, maar zal dikwijls als doel houden om in een toekomstige ‘levenslang’ pensioen te voorzien. In de meeste gevallen zal moeten worden voorkomen dat de dga zich rijk rekent en het ontvangen bedrag gaat consumeren. Het vermogen is immers nog steeds bestemd om te voorzien in een oudedagsvoorziening. De belangrijkste doelstelling voor velen is namelijk het voortzetten van het huidige uitgavenpatroon na pensionering.

Gebruikelijk loon

Het loon van de dga moet voldoen aan de regels van het gebruikelijk loon (volgens artikel 12a van de Wet op de loonbelasting). Dit om te voorkomen dat de dga te weinig loonbelasting voldoet en zijn inkomsten als dividend aan privé uitkeert. Dit laatste is fiscaal voordeliger. Doordat het pensioen in eigen beheer komt te vervallen zal de dga geen pensioenbijdrage meer betalen. Het vervallen van deze bijdrage zal ertoe leiden dat de dga zijn salaris wellicht zal moeten verhogen.

Financiële planning

Welke optie het beste past, hangt af van veel factoren, waaronder leeftijd, vermogen in box 3 alsmede huidige en toekomstige liquiditeit positie binnen de BV én in privé. Een goede keuze maakt de dga op basis van een financiële planning. Wij hebben de beschikking over software voor financiële planning en kennis om u hierbij te ondersteunen.

Pensioen en levensveranderingen

Iedereen die een auto heeft weet dat periodiek onderhoud belangrijk is voor de levensduur van de auto. De jaarlijkse APK is een soort check op bepaalde kritieke punten. Voldoet uw auto niet dan kunt u niet de weg op.

Gek eigenlijk, als je er over nadenkt, dat zo’n jaarlijkse check er bij pensioenen niet is. Er kan veel veranderen in een mensenleven. Soms zelfs in een splitsecond. Dit kan door leuke gebeurtenissen zoals gezinsuitbreiding, parttime werken, veranderen van baan, voor jezelf beginnen. Maar ook door minder leuke gebeurtenissen zoals relatiebeëindiging en overlijden.

Welk effect hebben deze levensveranderingen op uw pensioen?

Gezinsuitbreiding: Bij gezinsuitbreiding is het belangrijk om dit op uw werk aan te geven zodat er, indien dit verzekerd kan worden binnen de pensioenregeling, (half) wezenpensioen meeverzekerd wordt.

Parttime werken: Denkt u er over na om minder te gaan werken, dan heeft dat direct gevolgen voor uw toekomstige pensioenopbouw. Heeft u een partner die aangemeld is binnen de pensioenregeling, dan heeft het ook direct gevolgen voor de hoogte van het verzekerde Nabestaandenpensioen, dat wordt dan lager. Het minder gaan werken kan ook gevolgen hebben voor de betaalbaarheid van uw hypotheek. 

Veranderen van baan: Veel mensen vergeten dat het veranderen van baan grote gevolgen kan hebben voor de pensioenregeling. Er is vaak geen idee hoe de nieuwe pensioenregeling er uit ziet, laat staan hoe de oude pensioenregeling was. Het is hierbij zeer aan te bevelen om alvorens u van baan wisselt eerst contact op te nemen met uw financieel adviseur zodat hij met u samen kan bekijken wat de consequenties kunnen zijn van een nieuwe stap in uw carrière. Zodat u er niet alleen nu op vooruit gaat, maar ook later. 

Voor jezelf beginnen: Stel dat je na een loondienstverband waarbij er een pensioenregeling is, voor jezelf gaat beginnen, wat gebeurt er dan. Om te beginnen stopt de pensioenopbouw bij je oude werkgever omdat je daar uit dienst gaat. Dit betekent dat ook het verzekerde partnerpensioen in de regel vervalt. Er is dan in bijna alle gevallen geen dekking meer voor het Partner en Wezenpensioen. Kom je dan in de periode van zelfstandigheid te overlijden dan kunnen je partner en kinderen een heel erg groot financieel probleem hebben. Daarnaast bouw je niet automatisch pensioen op voor je oude dag. Daar moet je zelf iets voor regelen. Daar zijn eenvoudige oplossingen om deze problemen op te lossen. Uw financieel adviseur vertelt u daar graag meer over.

Relatiebeëindiging: Indien uw relatie over is, kan dit, mede afhankelijk van de manier waarop u uw relatie juridisch heeft vorm gegeven (huwelijkse voorwaarden, geregistreerd partnerschapsvoorwaarden etc.) vergaande consequenties hebben. 

Overlijden: Partnerpensioen kan in veel pensioenregelingen verzekerd zijn. Het is verstandig om te checken of dit in uw en uw partner geval ook zo is. Daarnaast zijn er soms rechten op een ANW-uitkering. Of u of uw partner voor deze uitkering in aanmerking komt kunt u terugvinden op www.svb.nl .

Al met al zijn er heel erg veel mutatie momenten mogelijk waarop het verstandig is om contact met uw financieel adviseur op te nemen zodat u later niet voor vervelende financiële verassingen komt te staan.

Handige informatie over uw eigen pensioen vind u op de website www.mijnpensioenoverzicht.nl . U kunt hier inloggen met uw DigiD code.

Winterklaar maken doe je in de herfst

Als u pas in de winter uw huis, auto of tuin winterklaar maakt, dan bent u te laat. Dan zijn de herfststormen al langs geweest, heeft u al flink in de file gestaan door de ochtendmist en duisternis, en mogelijk is er ook ‘s nachts al vorst geweest. Grote kans dat u bij een van die gebeurtenissen al een schade heeft opgelopen.

Winterklaar maken doet u dus in de herfst. Dan is het over het algemeen ook nog net wat aangenamer buiten om wat klusjes te doen zoals bomen snoeien en kranen afsluiten, dus wacht niet te lang.

We hebben over de jaren diverse artikelen geschreven met preventietips voor storm en slecht weer. We geven u graag een overzicht.

Stormschade

Veilig rijden in mist, storm, hagel en sneeuw

Kleine veilig rijden quiz

Winterschade auto voorkomen

Woning winterklaar maken

Boot winterklaar maken

Veilig met de feestdagen

Veilig op wintersport

familiehypotheek

Prinsjesdag 2016: Waar gaat de Regering geld aan uitgeven?

Een kleine samenvatting van de belangrijkste thema’s van waar geld naar toe gaat volgens Prinsjesdag 2016. En hoe dat onze koopkracht beïnvloedt.

  • Werken is belangrijk in onze samenleving, maar het gezin ook en daarom wil onze Regering dat de kleinsten onder ons goed worden opgevangen als papa en/of mama werkt. Naar verwachting gaat er zo’n 136 miljoen extra naar kinderopvangtoeslag.
  • Heeft u ook zo genoten van de Olympische Spelen? En wilt u ook dat Nederlandse topsporters meedoen aan elk landentoernooi? Ja? Onze Regering wil dat in ieder geval. De Nederlandse topsport kan een extra 10 miljoen verwachten het komende jaar.
  • Er wordt 50 miljoen euro extra beschikbaar gesteld aan eenverdieners met een chronisch zieke partner.
  • Ondanks dat we een rijk land zijn, heeft Nederland ook ‘arme’ gezinnen. Kinderen die niet op schoolreis kunnen of niet lid zijn van een sportvereniging. Daarom zal er nauwer worden samengewerkt met gemeenten om te kijken waar geld nodig is. Het geld komt niet in de portemonnee van de ouders, maar zal gaan naar de plaatselijke muziekschool of sportclub in de desbetreffende gemeente. 100 Miljoen is hiervoor opzijgezet om jaarlijks te verdelen.
  • Veiligheid gaat boven alles! Er zal dus geld worden gepompt in defensie. Van wijkagent tot high-techbeveiliging. 450 Miljoen zal er worden besteed om Nederland een stukje veiliger te maken.
  • Uit onderzoek van het CPB is gebleken dat uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden erop achteruitgaan als er niet wordt ingegrepen. Hier is naar geluisterd. Er zal 1,1 miljard extra worden uitgetrokken om te corrigeren dan deze groep mensen er niet op achteruitgaan het aankomende jaar.

Maar hoe zit het met de koopkracht?

Koopkracht geeft aan wat u en ik daadwerkelijk kunnen besteden aan goederen en diensten. Inkomen, belastingen en inflatie hebben invloed op onze koopkracht. Kort gezegd is koopkracht wat u daadwerkelijk kunt kopen van het geld in uw portemonnee. Alle maatregelen die onze Regering na Prinsjesdag 2016 neemt, hebben hier natuurlijk invloed op.

Wat kunt u zelf doen om uw koopkracht te vergroten?

  • Neem regelmatig uw maandelijkse sluipuitgaven (lekker broodje op het station bijvoorbeeld) onder de loep.
  • Via onze verzekeringscheck kunt u bekijken hoe u kunt besparen op uw verzekeringen.
  • Open een spaarrekening om een spaarbuffer op te bouwen waarmee u financiële tegenslagen zelf kunt oppakken.

Meer weten? Lees: Verhoog uw koopkracht

Hieronder hebben we in een tabel gezet hoe de kracht van uw portemonnee zich gaat ontwikkelen in het komende jaar als gevolg van de aankondigingen van Prinsjesdag 2016.

Huishoudens verdeeld naar hoogte inkomen:

Inkomen tot 33.250 euro + 1,1 procent
Inkomen tussen 33.250 en 66.500 euro + 0,9 procent
Inkomen tussen 66.500 en 97.500 euro + 1,1 procent
Inkomen boven 97.500 euro + 1,1 procent

Huishoudens verdeeld naar soort inkomen:  

Inkomen uit werk + 1,1 procent
Inkomen uit uitkering + 1,1 procent
Gepensioneerden + 0,7 procent

 

Huishoudens verdeeld naar gezinstype:

Tweeverdieners + 1 procent
Alleenstaanden + 1,1 procent
Alleenverdieners (paren met één kostwinner) + 0,6 procent

Huishoudens verdeeld naar wel of geen kinderen:

Leaseauto en belastingen

Wanneer u een leaseauto heeft en met deze auto naast de zakelijke kilometers ook meer dan 500 kilometer privé rijdt, bent u een bijtelling verschuldigd. De hoogte van de bijtelling is afhankelijk van de netto-catalogusprijs en de CO2-uitstoot van uw leaseauto.

Van vier naar twee bijtellingspercentages

Momenteel bestaan er vier bijtellingspercentages, variërend van 4 procent tot 25 procent. Dit aantal wordt vanaf 2017 teruggebracht tot twee bijtellingspercentages:

  • nul-emmissie auto’s: 4% bijtelling,
  • alle andere auto’s: 22% bijtelling.

Vanaf 2019 geldt dit verlaagde bijtellingspercentage alleen nog tot een cataloguswaarde van 50.000 euro. Voor het deel dat de cataloguswaarde boven de € 50.000 komt, betaalt u 22% bijtelling. Het maximale voordeel bedraagt op deze manier 9.000 euro (50.000 euro x 18 procent). Deze beperking is niet van toepassing op waterstofauto’s.

Het bijtellingspercentage dat geldt voor een leaseauto, wordt bepaald op het moment van eerste toelating van de auto op de weg (DET) en blijft voor 60 maanden geldig. Dus voor zeer zuinige auto’s van voor 1 januari 2017 blijft de verlaagde bijtelling nog even gelden. Namelijk voor een periode van 60 maanden na de maand waarin de auto voor het eerst te naam is gesteld in het kentekenregister.

Nieuwe auto’s

Voor nieuwe auto’s met een CO2-uitstoot van 1-50 g/km zou het bijtellingspercentage in de periode 2017-2019 aanvankelijk stapsgewijs worden verhoogd van 15 procent naar 22 procent. Maar de  Tweede Kamer heeft een amendement aangenomen waardoor toch vanaf 2017 ook voor deze auto’s 22% bijtelling geldt.

In de figuur hieronder zijn de voorgestelde wijzigingen samengevat.

Autokostenforfait 2017 2018 2019 2020
Nul-emissieauto’s 4% 4% 4%* 4%*
Overige auto’s 22% 22% 22% 22%

Figuur 1: wijzigen bijtelling leaseauto’s

* Voor het deel dat de cataloguswaarde  boven de € 50.000 komt, betaalt u 22% bijtelling.

In alle gevallen is het bijtellingspercentage van toepassing zoals dat geldt op de datum van eerste toelating van de auto op de weg (DET), zodat geen ongerechtvaardigde verschillen ontstaan met uit het buitenland geïmporteerde auto’s. Dit bijtellingspercentage blijft vervolgens gedurende een periode van zestig maanden gelden.

Leasen of zakelijke kilometers declareren?

Wat is voor u voordeliger onder deze omstandigheden, leasen of uw zakelijke kilometers declareren? Om dat te berekenen moet u meewegen:

  • In welke belastingschaal valt u?
  • Hoeveel rijdt u privé en hoeveel zakelijk per jaar?
  • Hoeveel moet u zelf bijdragen aan het leasen?
  • Wat is uw privé-auto waard en hoeveel kost deze u per jaar?
    (incl. verzekering, onderhoud en afschrijving, etc.)
  • Hoeveel bijtelling zou u hebben bij de leaseauto die u wilt?

Leasen is vaak goedkoper, maar elke berekening is anders. Vraag daarom uw adviseur om advies.

Beperking hypotheekrenteaftrek

Sinds een aantal jaren is er al een beperking hypotheekrenteaftrek zichtbaar. Het is een middel van de regering om mensen met een hypotheek te stimuleren zo snel mogelijk hun hypotheek af te lossen. Het maximale percentage hypotheekrenteaftrek verlaagt jaarlijks en u mag over een kleiner deel de aftrek rekenen (eigenwoningforfait). Op wie heeft dit de meeste invloed, en kunt u om deze beperking heen?

Beperking hypotheekrenteaftrek hogere inkomens

Sinds 2013 daalt de hypotheekrenteaftrek in de hoogste belastingschaal. Voor die tijd kon u – als u in de hoogste schaal zat – belasting aftrekken tegen 52 procent. Het inkomstenbelastingtarief waartegen de rente nu (2016) maximaal in aftrek kan worden gebracht, bedraagt 50,5 procent. Vanaf 2017 zal dit 50 procent bedragen.

Vanaf 2013 tot 2041 wordt het percentage ieder jaar met 0,5 procent afgebouwd van 52 procent (2013) tot uiteindelijk 38 procent. Door deze beperking van de hypotheekrenteaftrek wordt uw hypotheek dus ieder jaar duurder. Deze beperking hypotheekrenteaftrek geldt niet alleen voor leningen die vanaf 1 januari 2013 zijn aangegaan, maar ook voor oudere eigenwoningschulden.

U komt voor dit (nog altijd hoge) aftrekpercentage in aanmerking als u een belastbaar inkomen in box 1 heeft van meer dan 67.000 euro bruto per jaar.

Eigenwoningforfait beperkt renteaftrek nog verder

Een ander aspect dat de rentaftrek verkleint, is het eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait is een fictief inkomen uit uw huis, dat niet meetelt voor de hypotheekrenteaftrek. Hoe groot het effect van deze aftrek beperkende maatregel is wordt wel eens over het hoofd gezien.

De meeste huizenbezitters zullen in 2017 worden geconfronteerd met een eigenwoningforfait van 0,75 procent van de WOZ-waarde. Dat is gelijk aan het percentage van dit jaar. Alleen woningbezitters van een woning met een WOZ-waarde hoger dan 1.050.000 euro moeten rekening houden met een hoger eigenwoningforfait.

Indien de WOZ-waarde van uw woning meer bedraagt dan 1.050.000 euro neemt het eigenwoningforfait toe tot 2,05 procent. Over dat bedrag is er dan geen hypotheekrenteaftrek. Als u een woning heeft met een WOZ-waarde die hoger is dan 1.050.000 euro, en uw schuld laag, dan is de invloed van deze rentebeperkende maatregel het grootst.

Hieronder ziet u een praktijkvoorbeeld waarin u de invloed ziet van de beperking van de effectieve renteaftrek.

Praktijkvoorbeeld

Stel, u heeft een woning met een WOZ-waarde van 400.000 euro. De eigenwoningschuld (aftrekbare deel van de hypotheek) is ook 400.000 euro en u kunt de hypotheekrente aftrekken tegen het hoogste belastingtarief van 50 procent (2017). In onderstaande tabel kunt u – bij verschillende hypotheekrentepercentages – aflezen wat de invloed is van de eigenwoningforfait op uw daadwerkelijke effectieve aftrektarief.

De tabel laat namelijk zien dat het effectieve tarief waartegen de rente in aftrek kan worden gebracht lager is dan het (gecorrigeerde) marginale tarief van 50 procent. Dit komt dus door het eigenwoningforfait. Zo bedraagt bij een hypotheekrente van 2 procent de aftrek geen 50 procent, maar slechts 31 procent.

De komende jaren zal het effectieve aftrektarief alleen maar verder dalen met als gevolg dat uw netto hypotheeklasten – uitgaande van een gelijk rentetarief – zullen stijgen.

Rentepercentage 2,0% 3,0% 4,0%
Bruto rente          8.000            12.000            16.000
Eigenwoningforfait          3.000            3.000            3.000
Aftrekbare rente          5.000            9.000            13.000
Belastingvoordeel box 1            2.500            4.500            6.500
Netto rente          5.500            7.500            9.500
Effectief aftrektarief 2017, afgerond

31%

37%

41%

Figuur 1: Beperking hypotheekrenteaftrek: effectief aftrektarief box 1 in 2017 voor woning 400.000 euro

Oplossing beperking hypotheekrenteaftrek?

De WOZ-waarde verlaagt dus de hoogte van uw hypotheekrenteaftrek. Het is dus altijd slim om in beroep te gaan tegen de hoogte van deze waarde.  Een aanpassing ervan in uw voordeel betekent dat u meer renteaftrek krijgt en dus netto minder kwijt bent aan uw hypotheek.

Ervan uitgaande dat uw effectieve aftrektarief 31 procent bedraagt (zie figuur 1) bij een hypotheekrente van 2 procent, bedraagt uw netto-rente 1,38 procent. Indien u minder spaarrente ontvangt dan dit percentage, of op een andere manier minder rendement maakt op uw overtollige spaargeld dan dit percentage, dan is het rekenkundig slim om uw hypotheekschuld versneld af te lossen. Hou bij deze rekensom ook rekening met de eventuele verschuldigde box 3-heffing op uw spaargeld.

Andersom; verwacht u meer rendement te maken dan 1,38 procent (plus de verschuldigde box 3-heffing) bijvoorbeeld door te beleggen, dan is het rekenkundig verstandig om juist niet extra af te lossen op uw hypotheekschuld. Uw adviseur kan u hier meer over vertellen.